DCWF heeft de afgelopen jaren met diverse veranderingen te maken gehad, waardoor het noodzakelijk is geworden met de belangrijkste stakeholders (DLZ, laboratoria en WFHO) keuzes te maken over de toekomst van DCWF en haar dienstverlening.

Per 2019 is de in- en verkoop van diagnostiek van het DCWF overgeheveld van DCWF naar het DLZ en Starlet. Voor DCWF resteert hierdoor de intermediairfunctie tussen de aanvragers/huisartsen en aanbieders van eerstelijnsdiagnostiek. Met de overheveling van de in- en verkoop van diagnostiek naar het DLZ en Starlet verdwenen ook de inkomsten van DCWF die gekoppeld waren aan die in- en verkoop. Omdat aanbieders en aanvragers (DLZ , laboratoria, WFHO) allen het belang van de intermediairfunctie van DCWF zien zijn zij voor 2020 overeengekomen dat zij alle drie een evenredige bijdrage betalen (elk €50.000) voor de exploitatie van DCWF in 2020.

Hierbij is ook afgesproken dat er in de tweede helft van 2020 gezamenlijk onderzocht wordt of de doelen die DCWF met partijen nastreeft ook op een andere wijze, al dan niet met DCWF, kunnen worden gerealiseerd. Hiertoe is een werkgroep ingesteld.

De beoogde werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de belanghebbenden:

  • Joost Vermeulen namens DLZ
  • Ference Loupatty namens de laboratoria
  • Marjolein Zwaan namens de WFHO

Voor inhoudelijke sparring is Marjolein Bouman, medisch adviseur DCWF, beschikbaar.

De opdracht is als volgt geformuleerd:

Werk naast de huidige werkwijze/organisatie 1 of meer alternatieve vormen uit om de doelen van DLZ, Labs en WFHO zoals geschetst in paragraaf 3 te behalen. Wees hierin zo concreet mogelijk in termen van rollen en verantwoordelijkheden. Schets de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven, in elk geval in termen van toegevoegde waarde (de mate waarin de doelen worden behaald) en kosten. Geef aan in welke mate de alternatieven bij optreden van in paragraaf 5 genoemde toekomstige ontwikkelingen toekomst-vast zijn.

Adviseer de bestuurders welk alternatief de voorkeur verdient en voeg daaraan een financieringsvoorstel toe waarin duidelijk wordt wie wat betaalt.

De bestuurders worden periodiek op de hoogte gehouden van de voortgang en maken keuzes als de werkgroep daarom vraagt. Uiteindelijk besluiten de bestuurders over het voorstel van de werkgroep. Doel is dat ruim voor 1-1-21 alle afspraken gemaakt zijn en contractueel zijn vastgelegd, zodat vanaf 2021 de afgesproken werkwijze kan worden gevolgd.